Aanzienlijke teruggave op de energievoorschotten?

André BuskopGeen categorie

Overal in de pers is het te lezen: “2015 het warmste jaar ooit”. Je kunt er niet omheen en je kunt het zelf ook waarnemen. Wanneer je de gemiddelde maandtemperatuur in een grafiek vergelijkt met de afgelopen 5 jaar of met het langdurig gemiddelde (normaal), zie je in 2015 vanaf oktober een sterke afwijking.  Veel mensen verwachten dan ook in 2015 veel lagere stookkosten en een forse teruggave van de voorschotten op de energierekening. De vraag is alleen, is dat ook zo?

De persberichten die we lezen zijn gebaseerd op de klimatologische feiten en de meteorologen die ze publiceren opereren op een schaal van 1,5 a 2 graden temperatuurstijging per 100 jaar. Op die schaal bezien is de gemiddelde temperatuur de afgelopen 5 jaar extreem gestegen. Klimaatdeskundigen die zich met het binnenklimaat bezighouden hanteren echter een andere schaal bij temperatuursverandering.  Zij werken met een temperatuur schaal van -10, de laagste buitentemperatuur  en + 20 de gemiddelde binnentemperatuur en wanneer je de gemiddelde temperatuurstijging met deze schalen in een grafiek zet, zie je meteen het verschil -de stijging is veel geringer.

Om warmteverbruik over de jaren te kunnen vergelijken, gebruiken we graaddagen en wanneer je de graaddagen van de afgelopen 5 jaar vergelijkt met de graaddagen van 2015  is de stijging niet zo spectaculair. Je ziet wel een sterke afwijking bij de afgelopen november en december, maar over het hele jaar zijn de verschillen minder groot, 2015 heeft zelfs meer graaddagen dan 2014. Een sterke daling van de stookkosten is er voor 2015 ten gevolge van een hogere buitentemperatuur niet te verwachten.

Veel meer winst is er te behalen door een betere afstelling van de installaties, daarbij is niet alleen de ruimtethermostaat van belang, maar bij gebouwen met mechanische ventilatie zou je ook eens moeten kijken naar de temperatuur van de inblaaslucht. Veel ventilatie installaties blazen, zoals dat heet ‘warmteneutraal in’ op 19 of 20 graden. In de meeste gevallen kan dat 1 of 2 graden lager, omdat in deze gebouwen de verlichting, computers en beeldschermen ook een bijdrage leveren aan de ruimteverwarming en elke graad lager betekend 10% minder verbruik aan energie voor de ventilatielucht.