Verwarming uit in de zomer

André BuskopEnergieverspilling, Geen categorie

Verwarming uit in de zomer? Het lijkt een no-brainer, iets waar je niet over na hoeft te denken, maar vreemd genoeg is dat in veel gebouwen niet het geval. Soms gaat dat onopgemerkt, omdat de centrale regelinstallatie wel de warmtetoevoer naar de radiatoren en de luchtbehandelingskasten afsluit, maar niet de aanvoer vanaf de stadsverwarming of de ketel. Verder zijn, om aan de wens van individuele regelbaarheid te voldoen, veel installaties ontworpen met naverwarmers, die in theorie het hele jaar door gevoed moeten worden met warmte.

Twee voorbeelden één van een gebouw (A) van 9.000m2 gebouwd in 2007 en één van een gebouw (B) van 19.000m2 gebouwd in 1975, maar in 2000 voorzien van een nieuwe regelinstallatie.

De grafieken geven het warmteverbruik weer per maand.
Bij gebouw A blijft de verwarming aan omdat er naverwarmers zijn gemonteerd en bij gebouw B wordt de warmtetoevoer bij de verbruikers afgesloten en blijft de warmte aanvoer stand-by. Wanneer we nu ervan uitgaan dat minimaal 6 maanden per jaar (in werkelijkheid is dat langer) verwarming eigenlijk niet nodig is, heeft gebouw A  33% teveel verbruikt en gebouw B 25% teveel.

Waarom is dat zo veel?

Gebouw A gebruikt de verwarming alleen voor de naverwarmers en die staan de meeste tijd uit, maar op “drukke” dagen, dat wil zeggen op momenten dat er op veel plaatsen de ingestelde temperatuur afwijkt van de gemiddelde, is de belasting voor de naverwarmers maximaal 50kW. De warmteopwekking en transport (in dit geval stadsverwarming) heeft een vermogen van 750 kW, waarvan ongeveer 5%  (37,5 kW) verloren gaat aan leidingverliezen. Die verliezen treden, misschien in iets mindere mate, ook op bij het relatief lage verbruik (gemiddeld ca. 10kW) van de naverwarmers. Het resultaat hiervan is dat 2 tot 5 maal zoveel warmte moet worden opgewekt dan dat er nodig is en nuttig gebruikt wordt.

Gebouw B gebruikt in theorie geen warmte, omdat alle verbruikers door de centrale regelinstallatie worden afgesloten. De praktijk is echter anders, want naast het verlies dat optreedt door het continue warmhouden van de leidingen is er een aanzienlijk verbruik geconstateerd op een moment dat je dat niet zou verwachten en in dit geval zeker niet zou wensen.

Onderstaande grafiek geeft het warmteverbruik en de buitentemperatuur weer van 2 en 3 augustus 2015. Om 6 uur ’s-morgens start de installatie bij een buitentemperatuur van 10 °C (het is die nacht minimaal 7°C geweest), de ruimtetemperatuur is 20 °C en de regelinstallatie regelt de inblaastemperatuur af op een thermisch neutrale temperatuur van 20 °C. Om de ”gewenste” temperatuur van de inblaaslucht te bereiken moet ruim 300 kW verwarmingsvermogen toegevoerd worden en pas om 10 uur, wanneer de buitentemperatuur is opgelopen tot boven de 20 °C gaat de verwarming uit. Er is inmiddels ruim 2.500 MJ aan warmte het gebouw in gebracht dat in de loop van de dag door de koelinstallatie weer moet worden weggekoeld en de rest van de dag zal, omdat de buitentemperatuur tot laat in de middag boven de 20°C blijft, de koeling ook aan blijven. De maximumtemperatuur wordt die dag 24 °C en de cyclus van eerst verwarmen en daarna koelen herhaald zich de dag erna met een minimumtemperatuur van 12 °C en een maximumtemperatuur van 30 °C.

Dit soort onnodige en onopgemerkte verbruiken zijn makkelijk te voorkomen, het belangrijkste is dat ze opgemerkt worden. Bij gebouw A ligt de oorzaak voor een deel bij het ontwerp, of bij de gestelde klimaateisen. Vaak zijn de eisen voor de zomerperiode 24°C +/- 0,5 en met de individuele regeling +3 en -3 in te stellen.  Wanneer je je als ontwerper strikt aan deze eisen houdt komen situaties zoals hier geschetst makkelijk voor. De oplossing is om niet alles aan de automatische regeling over te laten, maar om weer een stookseizoen in te stellen, dus een aantal maanden waarin de warmteopwekking aan staat en de rest van de echt uit, dus niet stand-by. Mochten er situaties zijn waarbij dit echt tot problemen leidt is het beter om over te gaan op elektrische warmteopwekking, bij voorkeur met een warmtepomp.